De zoete geruststelling van het achtergelaten conflict
Historische drama’s zijn heerlijk. Voor aanvang van het diner met de hoge gasten meet de butler nerveus de afstand van een mes tot de glazen. De chauffeur verwekt een kind bij de dochter des huizes. Drie zussen zijn onzeker over de toekomst en raken vol zenuwachtige hoop als een rijke man hun huisje bezoekt. De achterbakse knecht blijkt homoseksueel; een zware last die hem plotseling sympathiek maakt.
Vincent Baumgart
Waarom zijn historische drama’s zo verleidelijk? Wie veel van dit soort series kijkt, zoals Downton Abbey, Belgravia of Jane Austen films, valt iets op; de intriges hebben een overeenkomst, namelijk hun afhankelijkheid van de toenmalige tijdgeest. De personages maken zich druk over zaken die hedentendage niet meer relevant zijn. Historische drama’s baseren hun intriges op vergane conflicten waarvan het gif is verzwakt. Het ooit heftige conflict heeft een hoog ‘ach gut’ gehalte gekregen en is inmiddels een smakelijk pepertje dat een aangename prikkeling op de lippen teweeg brengt.
Homoseksualiteit en epilepsie als feelgoodmedicijn
Zowel Downton Abbey als de serie Belgravia, over de gelijknamige Londense buurt rond 1820, voeren bijvoorbeeld een personage op dat worstelt met zijn homoseksualiteit. In Belgravia is dat een priester die wordt afgeperst vanwege zijn geaardheid. Knecht Thomas uit Downton Abbey transformeert van een aanvankelijk negatief plat karakter in een rond karakter als zijn geheim wordt onthuld. We beseffen: toen was dat een groot probleem. We kwalificeren de personages als meelijwekkend. Maar er is nog een gunstig effect: het historische drama bevestigt ons in onze ‘verbeterde’ opvattingen. Onze huidige denkbeelden zijn de enige juiste; het uitgewerkte conflict stelt gerust, de wereld is nu zoals die moet zijn.
Net als Downton Abbey is de serie Belgravia volgepropt met achtergelaten conflicten. Het zoontje van de markies heeft epilepsie, en is volgens de toenmalige opvatting zwakzinnig. Er verschijnt een moderne arts die hem niet wil opsluiten in een gesticht, maar een therapeutische behandeling met koudwaterbaden aanbeveelt. Kijk eens aan, wij weten inmiddels nog beter, denkt het publiek, en opnieuw slaat de gong van het triomferende eigen gelijk. Dit is het ‘feelgood’ gevoel, dat de naam is van een heel genre, een classificatie op basis van de veronderstelde uitwerking en niet vanwege de inhoud. Waarom zijn heroïne of jenever eigenlijk nooit ‘feelgood’ genoemd?
Waar zullen de volgende generaties zich goed door voelen?
Nu lach je om de controverse over de muziek van componist Richard Wagner, die rond 1920 de salonbezoekers uit elkaar dreef, waardoor de naam Wagner er niet uitgesproken mocht worden. Dat de samenleving verandert, en daarmee ook de waarden en normen, roept de vraag op welke conflicten momenteel niet zijn opgelost, en dus te giftig zijn om een ‘feelgood’ gevoel op te wekken.
Ideologie is als lucht, je ademt het in, maar ziet het niet. Juist de onzichtbaarheid van ideologie is een wezenlijk kenmerk ervan, stelt wetenschapper Teun van Dijk in zijn boek Ideology. Net zoals epilepsie ooit een verachtenswaardige ziekte was, zweven er allerlei problemen om ons heen die controverse en weerstand oproepen, maar die we niet bevragen.
Zeker is dat over honderd jaar de volgende generaties zich goed zullen voelen over nu heersende, maar dan achtergelaten, uitgedoofde conflicten. Ze zijn opgelost in een richting waar iedereen het mee eens is, onder meer dankzij vele historische boeken en films die de juistheid van de nieuwe normen bevestigen.
Over welke huidige problemen zullen volgende generaties onderhoudende intriges verzinnen om een aangenaam prikkeltje op de lippen teweeg te brengen, terwijl de huidige mens zich erover kapot schaamt of door roeien en ruiten gaat om het probleem het hoofd te bieden? Onechte kinderen? Mwah…, niet bepaald een schande nu mensen ook ongetrouwd samenwonen. Homoseksualiteit? Daar is de angel ook al uit.
Huidige taboes
Maar er moet toch iets bestaan dat we momenteel nauwelijks zien, maar dat volgende generaties als een ‘raar’ conflict zullen beschouwen waarvan de huidige ernst dan onvoorstelbaar zal zijn?
Als een samenleving bepaalde taboes opheft, verschijnen er weer nieuwe, zegt de Oostenrijkse psychiater Raphael Bonelli. Wat zijn dan de nieuwe taboes?
Ik zal er een noemen: kinderhaat. Het kind is de afgelopen honderd jaar geëvolueerd van een gevolg van seks en het veiligstellen van de erfenis of het voorkomen van een armoedige oude dag, een dankbaar object voor een pak slaag, naar een prinses op de erwt; een wezen dat op zeven matrassen slaapt en dan nog bezwijkt aan allerlei pijntjes. Het kind is onze nieuwe heilige. Het kind mag niet worden bezoedeld, niet door pedofielen, maar ook niet door leraren die onvoldoendes geven, want dan trekken de ouders als agressief sissende ganzen op tegen de school.
Over honderd jaar zal feelgood gaan over de lijdensweg van ouders en een uit de rails gelopen kinderbescherming. Meewarig zullen volgende generaties kijken naar het oeverloze traject aan scholen en studies waarmee de kinderen gevangen worden gehouden waardoor ze slaafs en kleinzielig zijn gemaakt, snowflakes die bij het eerste beetje tegenwind wegwaaien, en allerlei zielige aandoeningen hebben. (‘dat vonden ze in 2026 heel normaal, wat een vreselijke tijd…’). Leraren komen in toekomstige historische drama’s uit de kast met een verboden perversie; kinderhaat. Juist om die abnormaliteit te verbergen moeten ze doen alsof ze van kinderen houden, en de kijker denkt: ‘ach gut, wat had zo’n man een zware last te dragen, gelukkig maar dat ik nu leef’.
Nog andere conflicten?
Ik nodig de lezer uit meer onderwerpen te bedenken die in de toekomst ‘achtergelaten’ conflicten zullen worden.
Om een voorzetje te geven; een andere actuele en onopgeloste controverse is het onzichtbaar maken, het wegmoffelen, van de dood, bijvoorbeeld via euthanasie. Ik heb er een roman over geschreven. Ik hou eigenlijk meer van ‘feelbad’.
Laat een reactie achter